Het jaar was nog maar pas ontloken en hoe dit beter te vieren dan met een verfrissende boswandeling. Het Sint-Annabos! Dat was lang geleden. Zo gezegd zo gedaan. Even later zeilde ik op mijn boerinnenfiets op de Plantinlei., waar plots het portier van een geparkeerde auto openzwaaide. Sierlijk zwiepte ik er op mijn bakbeest langs en ik was al bijna aan de volgende verkeerslichten toen iemand mij riep. Even later blikte ik in de vriendelijke twinkelogen van een beer van een vent met imposante baard. Het bleef stil.Was dit iemand die ik verondersteld was te kennen van één of ander schimmig verleden? Gelukkig verbrak hij de stilte. "Ik wil sorry zeggen". Dit werd vreemder en vreemder. Wat had die gast mij nu misdaan dat een sorry verdiende? "Ik had eerst moeten kijken voor ik mijn deur opendeed". Ik had de man rond de nek kunnen vliegen en langzaam doodknuffelen. Eindelijk nog eens een blijk van respect in het verkeer
In de Hoogstraat wuifde een klein meisje met wild haar lief naar een voorbijsjokkend paard. Gelukkig was ze nog jong genoeg om de oogkleppen die het droeg niet op te merken. In de voetgangerstunnel speelde een jongen dwarsfluit waarvan de ijle klanken bleven resoneren lang nadat hij tot een stip in de verte was verbleekt. Kortom, het was zo'n dag. Zo'n dag waarop je denkt "Het komt uiteindelijk allemaal wel goed met de mensheid". En dan de rust van sluimerende bomen in een grijs winterbos.
Alles om gelukkig te zijn.
Tot ik mij realiseerde dat dit bos plaats zou moeten maken voor een tunnel, zodat mensen nog sneller van niets naar nergens zouden kunnen. Wat stelt zo'n verplaatsing nu helemaal voor wanneer er nergens onderweg schoonheid is voor het oog om op te rusten? En waarom ben ik hier tussen dat vreemde volkje aan de handen waarvan spontaan kettingzagen beginnen groeien als ze een boom zien? En waarvan ik ooit een exemplaar natte herfstbladeren op haar stoep "vuiligheid" heb horen noemen, die vuiligheid dus die de aarde vruchtbaar maakt zodat anderen er de prei kunnen planten die ze zuinigjes in haar soep doet. Snappen ze dan écht niet dat we zonder onze vrienden bomen letterlijk zullen stikken, lang nadat onze ziel van heimwee is weggekwijnd?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten